Oefening woordbenoeming

Benoem het gekleurde woord.

1. 


Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.

2. 

Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.

3. 


Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.

4. 

Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.

5. 

Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.

6. 

Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.

7. 

Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.

8. 

Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.

9. 

Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze  Tour voor de eerste plaats.

10. 


Tom is  het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.

Oefening woordvolgorde

DE JUISTE VOLGORDE VAN EEN NEDERLANDSE ZIN

1. 
Hieronder vind je 4 zinnen. Welke zin is goed?

naar amsterdam ik morgen ga.

2. 
Hieronder vind je 4 zinnen. Welke zin is goed?

tijdens de kerstvakantie wij drie dagen gaan.

3. 
Hieronder vind je 4 zinnen. Welke zin is goed?

aan de play-offs mag meedoen Ajax.  

4. 
Hieronder vind je 4 zinnen. Welke zin is goed?

5. 
Hieronder vind je 4 zinnen. Welke zin is goed?

6. 
Hieronder vind je 4 zinnen. Welke zin is goed?

Examen Nederlands havo 20021

Klik om de teksten te raadplegen.

Welk(e) woord(en) wordt/worden bedoeld?

1. 

tegen

2. 

onheilspellend

3. 

mensen die overwegend vegetarisch eten, maar af en toe wel een stukje vlees lusten.

4. 

hardwerkend en sober 

5. 

de hoeveelheid vruchtbaar land en water die iemand nodig heeft om iets te produceren en het afval ervan te verwijderen.

6. 

begin van de dag

7. 

normen en waarden die verbonden zijn aan (betaald) werk.

8. 

opschudding

9. 

steeds op dezelfde manier

10. 

met goede bedoelingen

11. 

rampzalig

12. 

karakter

Moeilijke woorden vmbo e-f-g-h

Woorden uit de basislijst schooltaalwoorden vmbo

Welk woord wordt bedoeld? Selecteer je antwoord.

1. 

iets wat medebepalend is

2. 

met veel vertakkingen

3. 

ook niet

4. 

net als

5. 

iets/iemand uitsluitend

6. 

in het algemeen

7. 

van ouder op kind overgaand

8. 

gebruiken

9. 

hoeveelheid

10. 

een bepaalde rol of taak vervullen

Moeilijke woorden vmbo c-d

Woorden uit de basislijst schooltaalwoorden vmbo

Welk woord wordt bedoeld? Selecteer je antwoord.

1. 

vermogen om lasten te dragen

2. 

bijeengebrachte informatie

3. 

rechte lijn in een cirkel

4. 

soortgelijk

5. 

geschikt voor

6. 

kubieke centimeter

7. 

als het moet

8. 

samenbrengen

9. 

afgepaste hoeveelheid

10. 

gemiddelde

11. 

informatie uitwisselen

12. 

het goedmaken

Moeilijke woorden vmbo (a-b)

Woorden uit de basislijst schooltaalwoorden vmbo

Welk woord wordt bedoeld? Selecteer je antwoord.

1. 

beoordelen  

2. 

hulp nodig hebben van  

3. 

bij wijze van spreken

4. 

losmaken  

5. 

na elkaar  

6. 

in het begin  

7. 

in de eerste plaats

8. 

tegenhouden  

9. 

bijna  

10. 

van te voren  

11. 

dier dat op het land en in het water leeft

12. 

voordat  

13. 

nogal  

14. 

voortdurend  

Examen Nederlands VWO 2021

Moeilijke woorden uit het examen 2021  - 1

Welk woord wordt bedoeld?

1. 

moeilijke positie waarin je je gedwongen voelt rekening te houden met verschillende, vaak tegengestelde belangen.

2. 

bondgenootschap

3. 

het zich steeds meer bemoeien van de overheid met de maatschappij

4. 

afleiden

5. 

tientallen jaren   

6. 

verwaand

7. 

de financiële middelen die men verwacht nodig te hebben. 

8. 

oefening op universitair niveau

9. 

buitengewoon goed   

10. 

overeenstemming   

Voornaamwoorden

BENOEM DE GEKLEURDE VOORNAAMWOORDEN 

1. 

Hier is een zeldzaam exemplaar dat ik geërfd  heb.

2. 

Wat voor bezwaar heb je tegen het vaccin?

3. 

Wat voor bezwaar heb je tegen het vaccin?

4. 

Met dat exemplaar ga ik volgende naar Tussen Kunst en Kitsch.

5. 

Niemand kon weten wat de pandemie voor ons zou gaan betekenen.

6. 

Niemand kon weten wat de pandemie voor ons zou gaan betekenen.

7. 

Hopelijk heb ik me niet in de datum vergist.

8. 

Wat voor een beoordeling het erfstuk zal krijgen, weet ik niet.

9. 

Wie zal ik meenemen naar de uitzending?

10. 

Ik ben benieuwd of we in beeld komen.

11. 

Wat voor een beoordeling mijn erfstuk zal krijgen, weet ik niet.

proef

Welcome to your %Spellongoefening 1%

1. 
Wat is de persoonsvorm

engww-7
Het is koud.

2. 
Vul de juiste letter(s)in

Het gebeur..

Drag and Drop File Here or Browse
3. 
Vul de juiste letter(s)in

Hij antwoor... onmi..e..ijk

Oefening samengestelde zinnen

Wat voor een bijzin is het gekleurde zinsgedeelte?

1. 

Het gevolg is dat deze variant de mensen minder ziek maakt.

2. 

Het werk ging ook 's nachts door omdat er te weinig verpleegkundigen waren.

3. 

Het antwoord van de deskundige was dat zij zich voorbereidden op code zwart.

4. 

Omdat steeds minder mensen zich aan de regels houden, zal de lockdown mogelijk langer duren.

5. 

Vrijwilligers denken dat ze de mensen kunnen overhalen tot het halen van een prik.

6. 

Waarom mensen niet gevaccineerd willen worden, is mij niet altijd duidelijk.

7. 

Heel lang dacht de regering dat de pandemie goed bestreden werd.

8. 

Wie niet te overtuigen is, heeft de wetenschap ook niets te bieden.