Franse invloed

Franse invloed op het Nederlands

Ken jij de volgende Franse woorden?

1. 

allez

2. 

allee

3. 

alimentatie

4. 

amoureus

5. 

après-ski

Tijdlijn

In welke tijd moeten we het boek/ de stroming/ de schrijver plaatsen?

 

1. 

De buskenblazer - anoniem

2. 

Wij slaven van Suriname - Anton de Kom

3. 

In mijn mand  - Lieke Marsman

4. 

Lof der zotheid- Desiderius Erasmus


5. 

Mariken van Nimweghen - anoniem

6. 

Granida - P.C. Hooft

7. 

De romantiek

8. 

Paul van Ostaijen          


9. 

Boerengeselschap - G.A Bredero

10. 

Sentimentalisme

11. 

Tommy Wieringa - Jo Speedboot

12. 

Heren van de thee = Hella S. Haasse



13. 

Terug tot Ina Damman = Simon Vestdijk

14. 

Piet Paaltjens Snikken en Grimlachjes 

15. 

Theo Thijssen – Kees de jongen

16. 

Pieter Langendijk - Het wederzijds huwelijks bedrog

17. 

Expressionisme


18. 

Jan Wolkers - Het tillenbeest

19. 

Lize Split – Het smelt

20. 

Willem Frederik Hermans - De donkere kamer van Damocles

Zinsdeelstukken

Bijvoeglijke bepaling, ondergeschikte bijwoordelijke bepaling of bijvoeglijke bijzin?

De bijvoeglijke bepaling

Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Een bijvoeglijke bepaling vind je door te vragen welk / wat voor + het zelfstandig naamwoord?

De ondergeschikte bijwoordelijke bepaling

De bijwoordelijke bepaling als zindeelstuk (= ondergeschikte bijwoordelijke bepaling) zegt iets van een ander woord dan een zelfstandig naamwoord.

De bijvoeglijke bijzin

De bijvoeglijk bijzin heeft dezelfde functie als een bijvoelijke bepaling en zegt iets iets over een zelfstandig naamwoord of voornaamwoord.
Voorbeeld:
De man die daar fietst, wordt mischien onze nieuwe premier.
'die daar fietst' zegt iet over het zelfstandige naamwoord man en is een bijvoeglijke bijzin.
De bijvoeglijke bijzin is geen zelfstandig zinsdeel.


Benoem de gekleurde woorden of woordgroep.

1. 

De nieuwste coronavariant komt uit Zuid-Afrika.

2. 

Vivianne Miedema die speelt voor Arsenal, is gekozen tot de beste voetbalster van het jaar.

3. 

De speelster is dit jaar erg succesvol geweest.

4. 

Haar zus Suzanne, die al jaren in het buitenland woont, kon door de pandemie niet naar de plechtigheid komen.

5. 

Dit gerestaureerde hotel is verkocht aan een heel bekende Amsterdammer.

6. 

Alle trainingen van onze club zijn voorlopig overdag.

7. 

Alle trainingen van onze club zijn voorlopig overdag.

8. 

Zijn laatste goal was wel een heel erg mooi doelpunt.

De literaire canon

1. 

Max Havelaar (nr. 1)

2. 


Van den vos Reynaerde  (nr.2)

3. 

De avonden (nr. 3)

4. 

De donkere kamer van Damokles (nr. 4)


5. 

Het verdriet van België (nr. 5)

6. 

De ontdekking van de hemel  (nr. 6)

7. 

De Kapellekensbaan (nr. 8)

8. 

De aanslag (nr. 9)



9. 

 Bezonken rood (nr. 10)

10. 

Kaas (nr. 11)

11. 

 Oeroeg (nr. 12)


12. 

Het Achterhuis (nr. 14)

13. 

Karakter (nr. 15)

14. 

Turks fruit (nr. 16)

15. 

De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (nr. 17)


16. 

Karel ende Elegast (nr. 18)

17. 

Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan (nr. 19)

18. 

Grand Hotel Europa (nr. 21)


19. 

De uitvreter (nr. 24)

20. 

Heren van de thee (nr. 25)

Literaire begrippen

Verhaalanalyse
1. 
Wat is de betekenis van?


In medias res

2. 
Wat is het perspectief?


Er is een hij- of zij-figuur door wiens ogen je de gebeurtenissen meemaakt.

3. 
Wat wordt bedoeld?


Voorrede, monoloog die dient als inleiding voor het te spelen stuk.

4. 
Wat wordt bedoeld met ?


Lyriek


5. 
Welk begrip wordt bedoeld?


Spanning creëren door op een belangrijk moment het verhaal af te breken.

6. 
Wat bedoelt men met?


Epische concentratie

7. 
Wat wordt bedoeld met?


Plot

8. 
Wat is een personage dat ?


Als een hoofdpersoon niet uitnodigt tot identificatie spreek je van een ... ?

9. 
Wat wordt bedoeld met?


Grondmotief
 

10. 
Wat is de functie van de volgende zinsnede in een verhaal?

Na die ontmoeting zagen wij elkaar een half jaar lang bijna dagelijks.

Aardrijkskunde

Ken jij de betekenis van de volgende woorden?

1. 

dampkring

2. 

coördinaat

3. 

El Niño


4. 

drijfzand

5. 

epicentrum

6. 

eruptie


7. 

estuarium

8. 

fjord


9. 

geiser

10. 

fossiel

11. 

 geologie


12. 

geothermie

13. 

gletsjer

14. 

grondwater


15. 

horizon

16. 

krater

17. 

meander

18. 

moesson


Moeilijke woorden vmbo t – z

Woorden uit de basislijst schooltaalwoorden vmbo

Wat is de betekenis?

1. 

ten gunste van

2. 

tevens

3. 

topografie


4. 

tijdbalk

5. 

uitstippelen

6. 

vallende ster


7. 

trachten

8. 

troebel 

9. 

waarnemen 


10. 

van heinde en verre 

11. 

vergrijzing

12. 

zogen 

13. 

vermijden 

14. 

veronderstellen

15. 

vaste lasten 

16. 

verrichten 

17. 

verschaffen

18. 

verduistering 


19. 

(zich) vertakken 

20. 

variëren 

Examen Nederlands vwo 2022 – 1

Moeilijke woorden uit het examen 2022  - 1

Wat is de betekenis?

1. 

megalomaan

2. 

demoon 

3. 

sculptuur


4. 

replica

5. 

vergankelijkheid

6. 

evoceren

7. 

biënnale


8. 

dedain

9. 

evocatief

10. 

referentiepunt

11. 

memento mori


12. 

patina

13. 

pandemonium

14. 

postmodern


15. 

proleet

16. 

conceptueel

17. 

dilettant

18. 

totalitair


19. 

framing

20. 

analoog

Moeilijke woorden vmbo n t/m s

Woorden uit de basislijst schooltaalwoorden vmbo

Wat is de betekenis?

1. 

naburig

2. 

negeren 

3. 

nihil

4. 

nota bene

5. 

parallel

6. 

opleveren

7. 

paragraaf

8. 

polsen

9. 

prompt

10. 

schrappen


11. 

resteren

12. 

sociaal-maatschappelijk

13. 

stadium

14. 

sterrenkunde


15. 

stichten

16. 

stimuleren 

17. 

stipt

18. 

suggereren


19. 

stollen

20. 

summier

Examen Nederlands havo 2022 – I

1. 

wegzwijmelen

2. 

stereotype

3. 

genderverhoudingen

4. 

heimelijk

5. 

exercitie

6. 

parallelle wereld

7. 

anticipatie

8. 

simultaan

9. 

heroïsch

10. 

bizar

11. 

moraliteit

12. 

harmonieus

13. 

fascinatie

14. 

neurobiologie

15. 

triggeren

16. 

besmuikt