Onregelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden
De werkwoorden hebben, kunnen, mogen, willen, zijn en zullen noemen we onregelmatige werkwoorden Deze werkwoorden hebben soms afwijkende vormen in de tegenwoordige tijd en ook de verleden tijd is vaak onvoorspelbaar.
Meer informatie: Onze Taal

Schrijf de werkwoorden in de juiste vorm.

tt = tegenwoordige tijd; vt = verleden tijd

1. 

Zij .... (vt) op school.

2. 

.... (tt) u mevrouw Jansen?

3. 

Mijn naam .... (tt) Mathilde.

4. 

Harry en Hans .... (tt) al jaren vrienden.

5. 

Jij ....(vt) dat toch zullen doen?

6. 

.... (tt) je wat harder praten?

P.C. Hooft – Mijn lief

  • Beluister en/of lees het gedicht en probeer de vragen te beantwoorden.
1. 
Rijm

‘lippen-lieve-lipjes  in r.2 en in r. 3 ‘mijn-malend-moe’ zijn voorbeelden van:
Zie Cambiumned

2. 
Stijlmiddelen

‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief (r.1) is een voorbeeld van:

3. 
Interpretatie

r.11 ’Maar toen de morgenstar nam voor den dag haar wijk’
Wat wordt bedoeld?

4. 
Genre

Met wat voor werk hebben wie hier te maken?

5. 
Literaire stroming

Tot welke literaire stroming moeten we dit gedicht rekenen?

Piet Paaltjens – De zelfmoordenaar

  • Beluister en/of lees het gedicht en probeer de vragen te beantwoorden.
1. 
Rijmschema

Wat is het rijmschema van de eerste zes regels?
Vul in en gebruik hoofletters A en B.

2. 
Rijm

zag zo (r.4), zat zoo (r.5) en spattend slik (r. 12)
Zijn allemaal vormen  van ... ?

3. 
Stijlmiddelen

‘In een wip was de lust
Om te vrijen geblust’ (laatste strofe)

Welk stijlmiddel gebruikt Paaltjens hier?

4. 
Interpretatie

’k Heb een adder gebroed,
Neen, erger, een draak aan mijn borst hier!’ (strofe 2)
Addergebroed betekent eigenlijk (nest) jonge adders, maar wordt meestal gebruikt voor 'kwaad gespuis', 'tuig' of 'zondig volk (Bijbel)'

Hoe moet je het hier interpreteren?

5. 
Literaire stroming

Tot welke literaire stroming moeten we dit gedicht rekenen?


6. 
Vluchtwegen

De belangrijkste vluchtwegen om aan de dagelijkse ellende te ontkomen waren voor de romanticus de natuur, het verleden, religie, humor en de dood.

Waardoor was Paaltjens als je dit gedicht leest het meest gefascineerd?

Piet Paaltjens – Aan Rika

  • Beluister en/of lees het gedicht en probeer de vragen te beantwoorden.
1. 
Rijmschema

Van welk rijmschema maakt Paaltjens hier gebruik?

2. 
Weltschmerz

Weltschmerz is een gevoel van diepe droefheid en een gevoel van onvervuld verlangen dat ontstaat door het besef dat de wereld onvolmaakt is.
Waardoor ontstaat de Weltschmerz in dit gedicht?

3. 
Parodie

In een parodie wordt iets bespot, belachelijk gemaakt. Je kan dit gedicht ook een parodie noemen vanwege de heftigheid van de Weltschmerzgevoelens. Van welk stijlmiddel maakt Paaltjens gebruik om een parodistisch effect te bereiken?

'Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder hels geratel en gestamp,

Met u verplet te worden door één trein?'

4. 
Literaire stroming

Tot welke literaire stroming moeten we dit gedicht rekenen?

Vragen Paul van Ostaijen – Huldegedicht aan Singer

  • Beluister en/of lees het gedicht en probeer de vragen te beantwoorden.
1. 
Tijd

Wanneer denk je dat dit gedicht geschreven is?

2. 
Literaire stroming

Tot welke literaire stroming moeten we dit gedicht rekenen?

3. 
Interpretatie

'Panem et Singerem' is een verwijzing naar ‘Panem et circenses', een uitspaak van de Romeinse dichter Juvenalis en betekent ‘brood en spelen’.

Waarom gebruikt Van Ostaijen hier de uitdrukking 'Panem et Singerem'?

4. 
Genre

Met wat voor werk hebben wie hier te maken?

5. 
Stijlmiddelen

Van welk  stijlmiddel maakt Van Ostaijen veel gebruik in dit gedicht?
Zie Cambiumned

Vragen De Schoolmeester – De Aap

  • Beluister en/of lees het gedicht en probeer de vragen te beantwoorden.
1. 
Beluister het gedicht

2. 
Rijmschema

Wat voor een rijmschema houdt hij (met uitzondering van vers 1) aan?

3. 
Genre

Met wat voor werk hebben wie hier te maken?

4. 
Vluchtwegen

In de negentiende eeuw probeerden nogal wat schrijvers aan de ellende van alledag te ontsnappen door het gebruik van 'vluchtwegen'.
Welke vluchtweg gebruikt De Schoolmeester hier?

5. 
Literaire stroming

Tot welke stroming moeten we dit werk rekenen?

Vragen G.A. Bredero – Boerengezelschap

  • Beluister en/of lees het gedicht en probeer de vragen te beantwoorden.
1. 
Rijmschema

Wat is het rijmschema van de eerste 5 regels?
Vul in en gebruik hoofletters A en B.

2. 
Genre

Met wat voor werk hebben wie hier te maken?

3. 
Literaire stroming

Wat is de literaire stroming waar we het gedicht toe moeten rekenen?

4. 
Tegenstellingen 1

Welke tegenstelling speelt in dit gedicht de belangrijkste rol?

5. 
Tegenstellingen 2

Bredero maakt gebruik van de wij – zij tegenstelling.
Aan welke kant staat Brederode?

6. 
De moraal

Raadt Brederode de Amsterdammers aan om aan dit soort kermisvermaak deel te nemen?

7. 
 Het kan verkeeren

Steeds terugkerende uitdrukking in het werk van Bredero is: "Het kan verkeeren"
Wat wil hij daar mee zeggen?

Egidius – vragen

  • Beluister en/of lees het gedicht en probeer de vragen te beantwoorden.
1. 
Rijmschema

Wat is het rijmschema van de eerste acht regels?
Vul in en gebruik hoofletters A en B.

2. 
Genre

Wat voor lied is het Egidiuslied?

3. 
Interpretatie

In regel 3 van het refrein staat "Du coors die doot, du liets mi tleven."
Wil dat zeggen dat er sprake is van zelfmoord?

4. 
Literaire stroming

Tot welk(e) stroming/tijdvak moeten we het lied rekenen?

5. 
Thematiek


Wat is het thema van het lied?

Opdrachten P.C Hooft – Gezwinde grijsaard

1. 
Genre

Wat voor gedicht is 'Geswinde grijsaard?

2. 
Tijd

De eerste acht regels bestaan uit één zin. Waarom zal de de schrijver dat gedaan hebben?

3. 
Rijm 1

Wackre wiecken (r.1), sonder seil (r.2) en vaert voor (r.3) zijn vormen van?

4. 
Rijm 2

Dunne lucht en doorsnijt .... seyl  (r.2) zijn vormen van?

5. 
Metrum

In welk metrum is het gedicht geschreven?

6. 
Beeldspraak

Met welke vorm van beeldspraak hebben we met het gebruik van ‘de tijd’ te maken?

7. 
Stijlfiguren 1

Met welke woorden in de eerste acht versregels vormt het woord traag (regel 8) een antithese (tegenstelling)?

8. 
Chute/wending/volta

Heeft dit gedicht een chute/wending/volta? Indien ja, waar?

9. 
Stijlfiguren 2

Wat voor een stijlfiguur ie 'verlang' uit regel 14?

10. 
Literaire stroming

Tot welke literaire stroming moeten we het gedicht rekenen?

11. 
Interpretatie

Welk van de volgende zinnen drukt de bedoeling van Hooft met dit gedicht het beste uit?

Opdrachten P.N. van Eyck – De tuinman en de dood

In: Herwaarts, 1939

1. 

Wat beschrijven de eerste vier strofen?

2. 

Wat beschrijven de laatste vier strofen?

3. 
Thema

Waar gaat het gedicht over?

4. 
Beeldspraak

Met welke vorm van beeldspraak hebben we met het gebruik van ‘de Dood’ te maken?

5. 
Rijm

Het gedicht heeft 8 strofen. Wat voor een rijmschema gebruikt de dichter?

6. 
Metrum

In welk metrum is het gedicht geschreven?

7. 
Verwijswoorden 1

Wie is in regel 3 en 8 de 'ik' en de 'hij' in regel 10?

8. 
Verwijswoorden 2

Wie is de 'ik' in regel 10?

9. 
Verwijswoorden 3

Wie is de 'hij in  regel 13, 15 en ’k (=ik) in 16?

10. 
Verwijswoorden 4

Wie is 'Die' in regel 16?

11. 

Wat gebeurt er in de laatste 3 regels?

12. 
Literaire stroming

Tot welke literaire stroming moeten we dit gedicht rekenen?
Zie Cambiumned (periode 1910 – 1945)