Oefening werkwoordsvormen

Oefening 2 zinsdelen

Benoem het schuingedrukte zinsdeel.

Selecteer het juiste antwoord.

Oefening dubbelop

Welke fout wordt gemaakt?
1. Koning Willem Alexander kwam oprecht over, hij meende het echt.
Welke fout wordt gemaakt?
2. Grapperhaus kijkt of daar nog een mouw aan vast te knopen is.
Welke fout wordt gemaakt?
3. De houten boomstam liet de gemeente liggen opdat de kinderen er mee zouden kunnen spelen.
Welke fout wordt gemaakt?
4. Het is heel plausibel dat hij waarschijnlijk het virus op de tennisbaan heeft opgelopen.
Welke fout wordt gemaakt?
5. Aan al die virologen op de televisie erger ik me dood aan.
Welke fout wordt gemaakt?
6. Hart was zeer verheugd en blij met zijn overwinning in de Giro.
Welke fout wordt gemaakt?
7. Premier Rutte gaat dat linea directa oplossen.
Welke fout wordt gemaakt?
8. Had je hem in de mogelijkheid gesteld daarop te reageren.
Welke fout wordt gemaakt?
9. We zullen daar nog een mondeling gesprek over hebben.
Welke fout wordt gemaakt?
10. Enige weerstand kan nooit geen kwaad.
Welke fout wordt gemaakt?
11. Op de steun van de oppositie durfde de premier niet meer op te rekenen.
Welke fout wordt gemaakt?
12. Onder dit afdak voorkom ik dat ik niet nat word.

Oefening woordbenoeming

1. Benoem het gekleurde woord.
Tom
is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.
2. Benoem het gekleurde woord.
Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.
3. Benoem het gekleurde woord.
Tom is  het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.
4. Benoem het gekleurde woord.
Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.
5. Benoem het gekleurde woord.
Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.
6. Benoem het gekleurde woord.
Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.
7. Benoem het gekleurde woord.
Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.
8. Benoem het gekleurde woord.
Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.
9. Benoem het gekleurde woord.
Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze Tour voor de eerste plaats.
10. Benoem het gekleurde woord.
Tom is het fietsen niet verleerd en gaat deze  Tour voor de eerste plaats.

Opdracht Kinderlyck

1. Wat voor een gedicht is het?Lees het gedicht.
2. Hoeveel strofen heeft het gedicht?
3. Wat is het metrum van het gedicht?

Beluister het gedicht.

4. Wat voor een soort rijm is er in de regel gebruikt?

Schenckt de zielen, die daar krielen,

5. Wat voor een soort rijm is er in de regel gebruikt?

Leer dan reizen met gepeizen

6. Wat voor een soort rijm is er in de regels 2 - 4 gebruikt?

Constantijntje, 't zaligh kijntje,

Cherubijntje, van om hoogh,

D'ydelheden, hier beneden,

Vitlacht met een lodderoog

7. Wat is het rijmschema van de eerste vier regels?


Constantijntje
, 't zaligh kijntje,

Cherubijntje, van om hoogh,

D'ydelheden, hier beneden,

Vitlacht met een lodderoog.

Toets 1

Veel gemaakte spelfouten

In elke zin staat een spelfout. Geef aan welke zin foutloos.

1. Welke zin is goed?

A. Heeft U uw salaris al ontvangen?
B. Heeft u uw salaris al ontvangen?
2. Welke zin is goed?A. De  gepote bloembollen zijn niet opgekomen.
B. De gepootte bloembollen zijn niet opgekomen.
3. Welke zin is goed?A. Hij beantwoordt wel vaker mijn vragen niet.
B. Hij beantwoord wel vaker mijn vragen niet.
4. Welke zin is goed?A. Door de coronapandemie krijgt het toerisme in Spanje een enorme klap.
B. Door de corona pandemie krijgt het toerisme in Spanje een enorme klap.
5. Welke zin is goed?A. Wij vinden jou bijdrage de beste.
B. Wij vinden jouw bijdrage de beste.
6. Welke zin is goed?A. Het  tevredenheidsonderzoek onderzoek wees uit dat er nog wel wat te verbeteren is.
B. Het  tevredenheidonderzoek onderzoek wees uit dat er nog wel wat te verbeteren is.
7. Welke zin is goed?A. De duitse trainer boekte eerder hele goede resultaten.
B.  De Duitse trainer boekte eerder hele goede resultaten.
8. Welke zin is goed?A. Hij kreeg ommiddellijk een gele kaart van de scheidsrechter.
B. Hij kreeg onmiddellijk een gele kaart van de scheidsrechter.
9. Welke zin is goed?A. Je krijgt zeeën van tijd om die opgave te maken.
B. Je krijgt zeëen van tijd om die opgave te maken.
10. Welke zin is goed?A. Mijn energievoorziening moet zuiniger zijn dan die van andere.
B. Mijn energievoorziening moet zuiniger zijn dan die van anderen.

Opdracht bij het gedicht Heerser

Heerser is een voorbeeld van een kosmisch expressionistisch gedicht.

 

1. Welk aspect heeft de maker van de animatie vooral willen verduidelijken?
2. Welke woorden in het gedicht benadrukken het kosmische?
3. Welke woorden in het gedicht benadrukken het vitalistische?
4. Wat benadrukken de woorden: 'rode sterren walmden àl hun wonder'
5. Wat benadrukken de woorden: 'd'ivoren glimlach van den stille knaap'

Oefening grammatica

1. Wat is het onderwerp in de volgende zin?

Tijdens de storm waaide de schoorsteen van het dak.

2. Wat is de persoonsvorm in de zin?De jonge hond at de brokken nog weken.
3. Wat is het lijdend voorwerp in de zin?De minister laat de leraren niet eerder testen.
4. Wat is het meewerkend voorwerp in de zin?De minister geeft de leraren geen voorrang bij het testen.
5. Welk zinsdeel is hier bijwoordelijke bepaling?De minister geeft de leraren geen voorrang bij het testen.
6. Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?Van Vleuten heeft de Europese titel gewonnen.
7. Wat is het naamwoordelijke gezegde in de volgende zin?Zij is erg ziek geworden van het virus.
8. Wat is het werkwoordlijk gezegde in de volgende zin?Het elftal zal het zonder Messi moeten doen.