Oefening 1 beeldspraak

april 16, 2026

Welke vorm van beeldspraak wordt gebruikt:

vergelijking, metafoor, personificatie, metonymia of synesthesie?

Aantal vragen 10

1. 

Ik denk dat we maar vroeg onder de wol kruipen want er is niets op TV vanavond.

2. 

Bij het afscheid sprak de afdelingsleider zoete woorden tot de vertrekkende leraar.

3. 

Toen zij zonder QR-code niet naar binnenmocht, ging ze tekeer als een mager speenvarken.

4. 

Sommige asielopvangcentra lijken meer kille gevangenissen.

5. 

Kjeld Nuis is zo sterk als een beer.

6. 

De aanvoeder maakte zijn medespelers bittere verwijten na het gelijke spel.

7. 

De vrachtwagen donderde van de berg af.

8. 

Het toeval wilde dat we hem daar weer tegenkwamen.

9. 

Na die woorden van de rector zweeg de zaal.

10. 

Nu gaan controleren is volgens de burgemeester dweilen met de kraan open.