Bijwoordelijke bepaling, voorzetselvoorwerp of oorzakelijk voorwerp

  • Een bijwoordelijke bepaling zegt iets over het gezegde.
    Een bijwoordelijke bepaling geeft antwoord op vragen als: waarom, wanneer, hoelang, hoe, waarheen, waarmee etc.
    Zie ook Onze Taal
  • Bij een voorzetselvoorwerp is het voorzetels het verbindende woord tussen werkwoord en voorwerp. Het voorzetselvoorwerp kan zowel bij een naamwoordelijke als een werkwoordelijke gezegde voorkomen.
    Zie ook Onze Taal
  • Het oorzakelijk voorwerp komt voor bij een aantal naamwoordelijke gezegdes.
    Voorbeelden:
    Hij is het gezeur beu. is beu NG; het gezeur = OV ,
    De minister is het spoor bijster. is bijster = NG; het spoor = OV

    De belastingdienst is de mensen veel geld schuldig. is schuldig = NG; veel geld = OV
    (NG = naamwoordelijk gezegde; OV = oorzakelijk voorwerp)

Zie ook Onze Taal

OEFENING

Is het licht gekleurde zinsdeel  bijwoordelijk bepaling, voorzetselvoorwerp of oorzakelijk voorwerp?

1. 

De Surinaamse feestdag Keti Koti viert men jaarlijks op 1 juli

2. 

Men staat dan stil bij de afschaffing van de slavernij

3. 

De slavenhandelaren waren weinig goeds van plan.

4. 

Ik wacht op mijn vriendin bij de bushalte.

5. 

Ons huis is nog maar tweehonderd duizend euro waard.

6. 

Na het onweer ging de zon weer schijnen. 

7. 

Antony bleek 95 miljoen waard bij zijn transfer naar Manchester United.

8. 

Jij moet daarbij wel even op zijn reactie letten.

9. 

Zij vertelde de grap al voor de derde keer.

10. 

Wij zijn erg benieuwd naar de nieuwe docent wiskunde.

11. 

De broers waren elkaar snel kwijt in het gedrang bij de demonstratie.

12. 

Bij deze verschrikkelijke hitte ga ik niet naar school.