Oefening verhaalanalyse

WAAR OF ONWAAR?

Goede antwoorden geven (door middel van filmpjes) extra uitleg.
1. Als je je verhaal beleeft door de ogen van verschillende hij/zij-figuren heb je te maken met een personaal perspectief.
2. Als je je afvraagt waarom bepaalde gebeurtenissen lopen zoals ze lopen, is er sprake van een open plek.
3. Een leidmotiefkomt maar eenmaal voor in een verhaal.
4. Als je je kunt inleven in een/de hoofdfiguur, zal je het verhaal spannender vinden.
5. Een motto is niet hetzelfde als een opdracht.
6. Een sujet geeft geen chronologische samenvatting van de gebeurtenissen in een verhaal.
7. Een karakter maakt in een verhaal geen ontwikkeling door.
8. Als je de beschreven gebeurtenissen niet verwacht in de ruimte waar ze zich afspelen, spreek je van contrast tussen ruimte en handeling.
9. Als de verteller niet deelneemt aan de handeling en commentaar geeft op de gebeurtenissen, is er een ik-verteller aan het woord.
10. Als je in een samenvatting het aantal pagina's of regels van het verhaal noemt, heb je het over de verteltijd.