P.C.Hooft – Wanneer de vorst des lichts…

Wanneer de Vorst des lichts slaet aen de gulden tóómen
Sijn handt, en beurt om hooch aensienlijck wter Zee
Sijn wtgespreide pruick van levend goudt, waermee
Hij naere anxtvallicheit, en vaeck, en creple dróómen

Van 's menschen lichaem strijckt, en berch, en bos, en bóómen,
En steeden vollickrijck, en velden met het vee
In duisternis verdwaelt, ons levert op haer stee,
Verheucht hij, met den dach, het Aerdtrijck en de stroomen:

Maer d' andre starren als naeijvrich van sijn licht,
Begraeft hij, met sijn glans, in duisternissen dicht,
En van d' ontelbre schaer, mach 't niemand bij hem houwen.

Al eveneens, wanneer vw Geest de mijne roert,
Word jck gewaer dat ghij in 't haijlich aenschijn voert
Voor mij den dach, mijn Son, de nacht voor d' andre vrouwen.

1. 
Griekse mythologie

“de Vorst des lichts” (r.1) Welke Griekse God wordt bedoeld?

2. 
Genre

Met wat voor werk hebben wie hier te maken?

3. 

Wat is het rijmschema van het gedicht?

Vul in en gebruik hoofletters A en B. Gebruik na elke strofe een spatie.

4. 
Beeldpraak

Met wat voor een beeldspraak heb je hier te maken?

5. 
Literaire stroming

Tot welke literaire stroming moeten we dit gedicht rekenen?

6. 
Interpretatie

Wat wordt hier vergeleken?

7. 

Wanneer de Vorst des lichts slaet aen de gulden tóómen
Sijn handt, en beurt om hooch aensienlijck wter Zee
Sijn wtgespreide pruick van levend goudt, waermee
Hij naere anxtvallicheit, en vaeck, en creple dróómen

Klik op score en antwoorden voor een vertaling