Opdrachten Lex Barbarorum

Lex barbarorum

Geef mij een mes.
ik wil deze zwarte zieke plek
uit mijn lichaam wegsnijden.

ik heb mij langzaam recht overeind gezet.

ik heb gehoord, dat ik heb gezegd
in een huiverend, donker beven:
ik erken maar éen wet:
léven.

allen, die wegkwijnen aan een verdriet
verraden het en dat wìl ik niet.

Hendrik Marsman
1. 
RIJM 1

Met wat voor een rijm hebben we te maken in: 
regel 1 en 2: mes en plek
en
regel 4 en 5: gezet en gezegd?
Zie rijm en metrum

2. 
RIJM 2

Met wat voor een rijm hebben we te maken in: 
regel 6 en 8: beven en leven
en 
regel 9 en 10: verdriet en niet?

3. 

Het gedicht is een protest tegen?

4. 

Waar staat die zwarte zieke plek (regel 2) voor?

5. 

Wat wil de maker van deze animatie verbeelden?

Animatie Fred Marsman

6. 

Wat zal de wet van de barbaren (Lex Barbarorum) inhouden volgens Marsman ?

7. 

Intens en volledig leven was voor Marsman het antwoord op alle ontreddering en onderdrukking die het leven bedreigen.
Tot welke stroming moeten we hem rekenen?

8. 

Waar komt Marsmans vitalisme vandaan?

9. 

Wat kan zijn levensdrift bedreigen?

Lastige meervouden

Wat is het meervoud van de volgende woorden?

1. 

paraaf

2. 

rund

3. 

ei

4. 

dommerik

5. 

gelid

6. 

kalf

7. 

logé

8. 

industrie

9. 

bureau

10. 

alinea

11. 

lama

12. 

categorieën

13. 

dreumes

14. 

juffrouw

15. 

caissière

Tijd en persoon

In welke tijd en persoon staat de zin? 

  Tijd (klik)

Persoon Enkelvoud Meervoud
Eerste persoon ik  wij (we)
Tweede persoon jij (je); u  Jullie, u 
Derde persoon Hij, zij (ze), het  zij (ze)

 

1. 
Tijd 1?

Hij heeft de hele avond bedorven.

2. 
Persoon 1?

Hij heeft de hele avond bedorven.

3. 
Tijd 2?

Het cadeau komt morgen.

4. 
Persoon 2?

Het cadeau komt morgen.

5. 
Tijd 3?

Wij kwamen gisteren al naar de camping.

6. 
Persoon 3?

Wij kwamen gisteren al naar de camping.

7. 
Tijd 4?

Zij zal het morgen weer proberen.

8. 
Persoon 4?

Zij zal het morgen weer proberen.

9. 
Tijd 5?

Jullie moeten dat wel meebrengen.

10. 
Persoon 5?

Jullie moeten dat wel meebrengen.

11. 
Tijd 6?

Had jij dat niet eerder kunnen doen?

12. 
Persoon 6?

Had jij dat niet eerder kunnen doen?

13. 
Tijd 7?

Zij zullen wel komen helpen.

14. 
Persoon 7?

Zij zullen wel komen helpen.

15. 
Tijd 8?

Zouden jullie dat niet eerder gedaan hebben?

16. 
Persoon 8?

Zouden jullie dat niet eerder gedaan hebben?

17. 
Tijd 9?

Haar moeder heeft haar dat verteld.

18. 
Persoon 9?

Haar moeder heeft haar dat verteld.

19. 
Tijd 10?

U moet daar maar eens goed over nadenken.

20. 
Persoon 10?

U moet daar maar eens goed over nadenken.

Oefening werkwoordspelling

OORLOGSTAAL
krantenkoppen maart 2022

tt = tegenwoordige tijd, vt = verleden tijd en VD = voltooid deelwoord

Wat is de juiste spelling?

1. 

Die plaats is nu volledig omsingel... (VD).

2. 

Veel burgers ontvluch... (vt) de stad vanwege de voortdurende beschietingen.

3. 

De VN-mensenrechtenorganisatie meld... (vt) een toenemende stroom vluchtelingen.

4. 

Vandaag worden er weer tientallen slachtoffers gemel... (VD).

5. 

De troepen probeer... (vt) de stad te heroveren.

6. 

Na de aanval laai... (vt) de angst voor een kernramp op.

7. 

De propaganda verlei... (vt) de Russische ziel.

8. 

Wanneer beëindig... (tt) hij de oorlog?

9. 

Het leger heeft veel mensen uit de buitenwijken geëvacueer... (VD).

10. 

Rusland ontken... (tt) de beschuldigingen.

11. 

Op welke informatie hij zijn waarschuwing baseer... (tt), is niet duidelijk.

12. 

Moskou bestrij... (tt) het hamsteren van voedsel en brandstof.

13. 

Het aangekondig... (VD) staakt-het-vuren is mislukt.

14. 

Frietkar uit Genemuiden voe... (tt) duizenden vluchtelingen aan de Poolse grens.

15. 

We wilden niet in een oorlog verzeil... (VD) raken.

Opdrachten

1. 

Wat is hier van toepassing? Zie Versvormen

2. 

Wat is het rijmschema van het gedicht?

3. 

Welk stijlmiddel herken je in de 2e strofe?

4. 

Waarom gebruikt de dichter het stijlmiddel uit de vorige vraag?

5. 

Wat is het thema van dit gedicht?

6. 

Volgens schrijvers die in het blad Forum (1932) schreven moest een kunstenaar een persoonlijkheid zijn en die problemen van zijn tijd stoer tegemoet treedt.  Zij vonden de vorm van een gedicht niet zo belangrijk. J.C. Bloem vatte de ideeënstrijd samen met de  woorden ‘de vent of de vorm'.
Wat vond Du Perron?


Bijvoeglijk naamwoord bijwoord of tussenwerpsel

Benoem het gekleurde woord.

1. 

Ze was erg zenuwachtig voor de finale.

2. 

Weet jij wat er vandaag op het programma staat?

3. 

Vorig jaar was zij is de slimste van de klas.

4. 

Foei, dat doe je me niet nog een keer!

5. 

Dat gebouw is wel erg lelijk

6. 

Ze was erg zenuwachtig voor de finale.

7. 

Je moet dat niet doen!

8. 

Wat een foeilelijke blouse heb je vandaag aan.

9. 

Goedemorgen, dat is me wel een begin van de week zeg!

10. 

Kukeleku, kukeleku al dagen word ik door dit geluid gewekt.

11. 

Wij zijn op zoek naar een ronde tafel.

12. 

Hallo, kan dat niet wat zachter?

Oefening telwoorden

Benoem het gekleurde telwoord.

1. 

Onder Karel de Vijfde worden de Nederlanden één.

2. 

De hoeveelste koningin zal Amalia straks worden?

3. 

Onder Karel de Vijfde worden de Nederlanden één.

4. 

Het jaar nul is in het dagelijks spraakgebruik heel gebruikelijk.

5. 

De leraar heeft de telwoorden al tig keer behandeld.

6. 

In de middeleeuwen wist men nog niet veel over het het ontstaan van de aarde.

7. 

Met z'n tweeën is het veel gezelliger.

8. 

Ik kon maar weinig tijd aan dat onderwerp besteden.

9. 

Ook Filips de Tweede zocht ooit een vrouw.

10. 

Willem de Vijfde was onze laatste stadhouder.

11. 

Lodewijk de Veertiende werd ook wel de Zonnekoning genoemd

Ida Gerhardt – De gestorvene


Lees en/of beluister het gedicht en probeer de vragen te beantwoorden.

Zie de pagina: Rijm en metrum

1. 

Wat is het rijmschema?

2. 

Waar lijkt het rijmschema het meest op?

3. 
Hoe vaak kom je het getal 7 tegen? Waarom zo vaak?

(twee vakjes aankruisen)

4. 
Van wat voor soort rijm is er sprake in de regels 9 en 10?

Zeven maal over de zeeën te gaan
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.

5. 
Van wat voor soort rijm is er sprake in de regels 2 en 3:

als het zou moeten op handen en voeten;
zeven maal, om die éne te groeten

6. 
En in regel 7 en 8?

Schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
Kon uit de dood ik die éne doen keren.

7. 

Wat is het thema?

8. 
De zin 'Zeven maal om de aarde te gaan'

Kom je 3 x tegen. Waarom?

9. 
'als het zou moeten op handen en voeten' (regel 2)

Waarom gebruikt de dichteres deze vergelijking?

Tegenstelling, paradox, oxymoron of woordspeling?

Bij een tegenstelling worden tegengestelde dingen gecombineerd om meer op te  vallen.
Een paradox is een schijbare tegenstelling en bestaat uit een combinatie van zaken die op het eerste gezicht niet kan, maar die wel degelijk mogelijk is.
Een oxymoron is een stijlfiguur waarbij twee elkaar uitsluitende begrippen worden gecombineerd tot één begrip.
Bij een woordspeling worden één of meer woorden in twee betekenissen tegelijk gebruikt om een grappig effect te bereiken.

Welk stijlmiddel wordt gebruikt?

1. 

Ik kan alles weerstaan, behalve verleiding (Oscar Wilde).

2. 

Je moet altijd op tijd weten hoe laat het is.

3. 

Zij kocht die auto om af en toe te gaan wandelen.

4. 

Die twee hebben al jaren een haat-liefdeverhouding.

5. 

Iemands vrienden zijn een groter gevaar dan zijn vijanden (W.F Hermans).

6. 

De shorttrackers steunen elkaar door dik en dun.

7. 

Het kamerlid had op de uitslagenavond rode vlekken van opwinding op zijn gezicht

8. 

Chuck Berry is de ongekroonde koning van de rock and roll.

9. 

Armin van Buuren woont liever vrijstaand.

10. 

Niets is geheel waar, en zelfs dát niet (Multatuli).

11. 

Zij kocht daar voor goed slecht materiaal.

12. 

Het verschil op de 5ooo meter was enorm klein.

betekenis leenwoorden

Woorden die van oorsprong niet Nederlands zijn en die we toch als Nederlands beschouwen, noemen we leenwoorden.

Wat is de betekenis van deze leenwoorden? 

1. 

schlager 

2. 

cum laude

3. 

ragout

4. 

Luctor et Emergo

5. 

platonisch

6. 

interbellum

7. 

einzelgänger

8. 

apocalyps

9. 

aubade

10. 

ad fundum 

11. 

radler

12. 

ordner