Oefening beeldspraak

mei 2, 2026

Welke vorm van beeldspraak wordt gebruikt:

vergelijking, metafoor, personificatie, metonymia of synesthesie?

Aantal vragen 10

1. 

Sommige asielopvangcentra lijken meer kille gevangenissen.

2. 

Het toeval wilde dat we hem daar weer tegenkwamen.

3. 

Kjeld Nuis is zo sterk als een beer.

4. 

Bij het afscheid sprak de afdelingsleider zoete woorden tot de vertrekkende leraar.

5. 

Nu gaan controleren is volgens de burgemeester dweilen met de kraan open.

6. 

Na die woorden van de rector zweeg de zaal.

7. 

De aanvoeder maakte zijn medespelers bittere verwijten na het gelijke spel.

8. 

De vrachtwagen donderde van de berg af.

9. 

Ik denk dat we maar vroeg onder de wol kruipen want er is niets op TV vanavond.

10. 

Toen zij zonder QR-code niet naar binnenmocht, ging ze tekeer als een mager speenvarken.