Opdrachten P.N. van Eyck – De tuinman en de dood

In: Herwaarts, 1939

1. 

Wat beschrijven de eerste vier strofen?

2. 

Wat beschrijven de laatste vier strofen?

3. 
Thema

Waar gaat het gedicht over?

4. 
Beeldspraak

Met welke vorm van beeldspraak hebben we met het gebruik van ‘de Dood’ te maken?

5. 
Rijm

Het gedicht heeft 8 strofen. Wat voor een rijmschema gebruikt de dichter?

6. 
Metrum

In welk metrum is het gedicht geschreven?

7. 
Verwijswoorden 1

Wie is in regel 3 en 8 de 'ik' en de 'hij' in regel 10?

8. 
Verwijswoorden 2

Wie is de 'ik' in regel 10?

9. 
Verwijswoorden 3

Wie is de 'hij in  regel 13, 15 en ’k (=ik) in 16?

10. 
Verwijswoorden 4

Wie is 'Die' in regel 16?

11. 

Wat gebeurt er in de laatste 3 regels?

12. 
Literaire stroming

Tot welke literaire stroming moeten we dit gedicht rekenen?
Zie Cambiumned (periode 1910 – 1945)