Opdrachten Melopee – Paul van Ostaijen

Melopee

Voor Gaston Burssens

 

Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee

Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee

 

Uit: Verzameld Werk, poëzie 2 (1928)

1. 
Versvormen

Wat voor een gedicht is dit?

2. 
Stijlmiddelen

Van welk stijlmiddel maakt hij in de eerste strofe veel gebruik?

3. 
Rijm

Van wat voor een soort rijm wordt in de laatste twee regels veel gebruik gemaakt?

4. 
Interpretatie

Het gedicht eindigt met de vraag:

Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee

Waar is Van Ostayen waarschijnlijk mee bezig?

5. 
Interpretatie

Als je het gedicht leest als een beschrijving van het leven van Van Ostaijen, hoe moet je dan de tegenstelling laag en hoog  (regel 4 en 5) interpreteren?

6. 
Interpretatie

Op het einde is er twijfel en de waarom-vraag.  Waarom is er geen verzet, geen opstand tegen deze voortgang van het leven?

7. 
Interpretatie

Melopee (de titel) betekent ritmisch gezang Waarom heeft hij deze titel gekozen?