Oefening 1 beeldspraak

september 15, 2026

Welke vorm van beeldspraak wordt gebruikt:

vergelijking, metafoor, personificatie, metonymia of synesthesie?

Aantal vragen 10

1. 

De vrachtwagen donderde van de berg af.

2. 

Kjeld Nuis is zo sterk als een beer.

3. 

Toen zij zonder QR-code niet naar binnenmocht, ging ze tekeer als een mager speenvarken.

4. 

Het toeval wilde dat we hem daar weer tegenkwamen.

5. 

Ik denk dat we maar vroeg onder de wol kruipen want er is niets op TV vanavond.

6. 

Na die woorden van de rector zweeg de zaal.

7. 

Sommige asielopvangcentra lijken meer kille gevangenissen.

8. 

De aanvoeder maakte zijn medespelers bittere verwijten na het gelijke spel.

9. 

Bij het afscheid sprak de afdelingsleider zoete woorden tot de vertrekkende leraar.

10. 

Nu gaan controleren is volgens de burgemeester dweilen met de kraan open.