Oefening 1 beeldspraak

februari 3, 2026

Welke vorm van beeldspraak wordt gebruikt:

vergelijking, metafoor, personificatie, metonymia of synesthesie?

Aantal vragen 10

1. 

De aanvoeder maakte zijn medespelers bittere verwijten na het gelijke spel.

2. 

Nu gaan controleren is volgens de burgemeester dweilen met de kraan open.

3. 

Kjeld Nuis is zo sterk als een beer.

4. 

Na die woorden van de rector zweeg de zaal.

5. 

De vrachtwagen donderde van de berg af.

6. 

Het toeval wilde dat we hem daar weer tegenkwamen.

7. 

Bij het afscheid sprak de afdelingsleider zoete woorden tot de vertrekkende leraar.

8. 

Ik denk dat we maar vroeg onder de wol kruipen want er is niets op TV vanavond.

9. 

Sommige asielopvangcentra lijken meer kille gevangenissen.

10. 

Toen zij zonder QR-code niet naar binnenmocht, ging ze tekeer als een mager speenvarken.